Perspectief

Nu ingrijpen tegen de Aziatische hoornaar

Een tegenovergestelde stem in het debat: emeritus-hoogleraar Jacques J.M. van Alphen (gastonderzoeker bij Naturalis) waarschuwt namens de Nederlandse Bijenhouders Vereniging dat het Nederlandse beleid "too little, too late" is. Hij pleit voor actief beheer, samenwerking met imkers en landelijke coördinatie.

🌿 Lees ook het tegenovergestelde perspectief van wespendeskundige A. van Dijk (IVN): "Leren leven met de Aziatische hoornaar". Naar dat perspectief →

Waarom is dit zo urgent?

De Aziatische hoornaar verspreidt zich razendsnel en vormt volgens het rapport een serieuze bedreiging op drie fronten:

  • Bijensterfte — de hoornaar jaagt op honingbijen en andere bestuivers, met directe gevolgen voor landbouw en natuur.
  • Volksgezondheid — steken kunnen ernstige allergische reacties veroorzaken; in Zuid-Europa zijn al dodelijke slachtoffers gevallen.
  • Economische schade — in Frankrijk wordt de schade aan de bijenteelt geschat op €30,8 miljoen per jaar.

Het huidige beleid schiet tekort

De overheid heeft de verantwoordelijkheid voor de invasie gedelegeerd aan de provincies. Provincies Zuid- en Noord-Holland baseren hun beleid op het advies van Stichting EIS, dat concludeert dat de Aziatische hoornaar geen bedreiging vormt voor volksgezondheid en biodiversiteit. Van Alphen vindt dat advies niet onderbouwd door de beschikbare wetenschappelijke kennis.

Andere Europese landen treffen wél actieve maatregelen. Het Nederlandse beleid laat zich samenvatten als: "Too little, too late". De NBV pleit voor:

  • Landelijke coördinatie in plaats van versnipperd provinciaal beleid
  • Actieve opsporing van nesten, vooral in het voorjaar
  • Samenwerking met imkers, gemeenten en burgers
  • Beschikbaar stellen van middelen voor opsporing en verwijdering

Wel degelijk een gezondheidsrisico

Anders dan EIS stelt, is het gif van de Aziatische hoornaar volgens het rapport chemisch anders dan dat van inheemse wespen (Liu et al., 2015). Het bevat stoffen die bloedvaten, spieren, nieren en lever aantasten. Twaalf tot twintig steken kunnen een volwassen mens doden; een kind kan al sterven na vijf steken.

Bovendien kan de Aziatische hoornaar gif richting de ogen spuiten als iemand te dicht bij het nest komt. En een belangrijk verschil met de Europese hoornaar: het voorjaarsnest van de AH zit niet hoog in een boom, maar laag op beschutte plekken — schuurtjes, garages, onder veranda's, fietsenhokken, soms in een heg. Vaak juist op plekken waar mensen komen. Tegen de tijd dat de hoornaars naar het zomernest verhuizen kan zo'n voorjaarsnest al enkele honderden hoornaars bevatten.

Het effect op biodiversiteit

Met 10 tot 12 nesten per vierkante kilometer in stedelijke omgeving, en elk nest producerend tot 20.000 à 30.000 werksters per seizoen, gaat het om honderdduizenden extra predatoren per vierkante kilometer. De 50 meest gegeten prooisoorten zijn allemaal bestuivers. Het risico op een cascade-effect door het hele ecosysteem is reëel, gezien de sleutelrol van bestuivers in landbouw en natuur.

Rojas-Nossa en Calviño-Cancela (2020) vonden al een meetbare afname van bestuiving in aanwezigheid van Aziatische hoornaars.

Voor imkers is het urgent

Per bijenvolk zijn 4 tot 9 hoornaarnesten betrokken bij de predatie. Bijen die belegerd worden door hoornaars durven het nest niet meer te verlaten, waardoor ze hun voedselvoorraden niet kunnen aanvullen en hun broed niet kunnen verzorgen. Predatie door AH kan dus snel leiden tot de dood van hele volken.

De wet verplicht ingrijpen

De Wet Natuurbescherming 2005 verplicht provincies om invasieve uitheemse soorten actief te beheren. Artikel 3.19 stelt dat Gedeputeerde Staten het aantal "zoveel mogelijk moeten terugbrengen". Bij wijdverspreide soorten legt EU-verordening 1143/2014 (artikel 19) nadruk op beheersmaatregelen. Het doel: een beheersbare populatie waarin negatieve effecten worden geminimaliseerd.

Volgens van Alphen zou het beleid zó moeten worden ingericht dat de populatiegroei niet langer exponentieel toeneemt, maar gelijk of onder een factor 1 blijft. Hoe eerder daarmee wordt begonnen, des te geringer de inspanningen die later nodig zijn. De huidige groeisnelheid in Nederland is een factor van ongeveer 4 per jaar.

Wat zou er moeten gebeuren?

De huidige bestrijding richt zich vooral op het verwijderen van zomernesten met dure apparatuur (zenders, hoogwerkers). Van Alphen stelt voor om de focus te verschuiven:

  • 1

    Voorjaarsnesten en jonge koninginnen

    In april, mei en juni schuren, stallen, garages, veranda's, fietsenhokken en nestkastjes inspecteren op embryonesten. Vroeg ingrijpen is veel goedkoper en effectiever dan zomernesten verwijderen.

  • 2

    Burgerwetenschap en lokaal bewustzijn

    Iedere Nederlander zou embryonesten en voorjaarsnesten moeten kunnen herkennen en melden. Een breed bewustzijn maakt het verschil.

  • 3

    Imkers betrekken met juiste middelen

    Veel imkers zijn bereid als vrijwilliger te helpen bij opsporing en verwijdering, mits ze beschikking hebben over de nodige uitrusting (zenders, aangepaste stofzuigers tot 35 meter hoogte). Aanzienlijk goedkoper dan commerciële bedrijven.

  • 4

    Onderzoek naar biologische bestrijding

    Recent onderzoek (Lacombrade et al., 2025) laat zien dat de AH gevoelig is voor de parasitaire schimmel Metarhizium robertsii. Eerdere studies vonden een variant van Beauveria bassana. Klassieke biologische bestrijding via natuurlijke vijanden uit het oorspronkelijke verspreidingsgebied (omgeving Shanghai) verdient onderzoek.

  • 5

    Zomernesten blijven verwijderen

    Vooral aan het einde van het seizoen, wanneer de nesten beter zichtbaar worden en er veel poppen van jonge koninginnen aanwezig zijn — een belangrijk moment om de populatie te beperken.

Conclusie van de auteur

Het uitroeien van de Aziatische hoornaar in Nederland is niet meer mogelijk — daar zijn beide perspectieven het over eens. Maar dat is volgens van Alphen geen reden om de bestrijding dan maar achterwege te laten. Een goed beheerde populatie, gecoördineerd op nationaal niveau en met actieve betrokkenheid van imkers, is volgens hem nog steeds technisch en wettelijk haalbaar.

Bron

"Verantwoord beleid bij het beheer van de Aziatische hoornaar in Nederland" — Jacques J.M. van Alphen, gastonderzoeker bij Naturalis Biodiversity Center, in opdracht van de NBV. Gepubliceerd als bijlage bij Bijenhouden 2026.1 (januari 2026).

Voor een tegenovergesteld perspectief — dat juist waarschuwt voor de schade van DIY-acties en pleit voor coexistentie — zie "Leren leven met de Aziatische hoornaar" van wespendeskundige A. van Dijk (IVN, december 2025).

Tekst grotendeels gebaseerd op het werk van J.J.M. van Alphen voor de NBV. Foto's en aanvullende context door hoornaars.com.